Je automatiseert een Google Analytics 4-rapport door je GA4-property aan APIboard te koppelen met je Google-account. APIboard synchroniseert dagtotalen, kanalen, bronnen, landingspagina's, events en apparaten automatisch. Je opent daarna een dashboard dat altijd de laatste stand toont, en je hoeft het rapport niet meer handmatig te exporteren of samen te stellen.
Een Google Analytics 4-rapport automatiseren begint met de vraag wie het rapport leest en hoe vaak. Veel marketeers en eigenaren maken elke maand hetzelfde overzicht: sessies, kanalen, populaire pagina’s. Dat kan sneller. Koppel Google Analytics aan een dashboard en het rapport werkt zichzelf bij.
Wat er mis is met handmatige GA4-rapporten
De GA4-interface is flexibel, maar elk rapport moet je zelf samenstellen: de juiste dimensies kiezen, de periode instellen, exporteren. Wie dat maandelijks doet, verliest tijd en maakt kleine verschillen tussen rapporten, zoals een andere periode of een ander filter.
Een geautomatiseerd rapport legt de keuzes eenmalig vast. Iedereen kijkt daarna naar dezelfde cijfers, en je hoeft niet te onthouden welke instellingen je vorige keer gebruikte.
GA4 koppelen aan APIboard
Je kiest de Google Analytics-connector en autoriseert de koppeling met je Google-account. Daarna synchroniseert APIboard de gegevens op de frequentie van je pakket. Je koppelt en beheert de koppeling onder Koppelen > Koppelingen; de tabellen bekijk je in de Datawerkbank.
De tabellen zijn vooraf bepaald: dagtotalen, kanalen, bronnen en media, landingspagina’s, pagina’s, events en apparaten en landen. Bij elke tabel staat de datum erbij, zodat je verloop in de tijd kunt tonen. Bij landingspagina’s zie je naast sessies ook conversies.
In de praktijk klik je op “Verbind met Google Analytics”, log je in met het Google-account dat toegang heeft tot de GA4-property en geef je APIboard toestemming. Heb je meerdere properties, dan kies je daarna welke je koppelt. Het account moet dus toegang hebben tot de property.
Bij het ontwerpen van het rapport helpt het te weten dat elke tabel per dag is opgeslagen. Je kunt dus weken en maanden zelf optellen of vergelijken met dezelfde periode vorig jaar, zolang de historie in je pakket zit. Op de prijzenpagina staat hoe ver terug de historie per pakket gaat.
Dashboards voor verkeer en content
In APIboard Studio zijn twee dashboards beschikbaar. Website-overzicht laat bezoek, herkomst en populaire pagina’s zien. Kanalen en content toont de herkomst van het verkeer en de best presterende pagina’s.
Voorbeeldvragen die je daarmee beantwoordt: uit welke kanalen komen de meeste bezoekers, welke landingspagina’s leveren de meeste conversies op en hoeveel bezoek komt via mobiel. Dat zijn de cijfers waar een maandrapport meestal uit bestaat.
Let bij conversies op de manier waarop je ze meet. De tabel Events bevat de eventnaam, het aantal events en conversies, terwijl landingspagina’s de conversies per eerste pagina tonen. Beide beantwoorden een andere vraag: wat deden bezoekers, en welke pagina bracht ze binnen. Kies per rapportonderdeel een van de twee en noem dat in de titel.
Zoekdata erbij
GA4 vertelt wat bezoekers op je site doen, maar niet op welke zoektermen je in Google wordt gevonden. Daarvoor is Google Search Console de bron. Met beide gekoppeld zie je in dezelfde omgeving zowel zichtbaarheid als gedrag.
Hoe je zoekdata apart analyseert, lees je in Search Console-data analyseren. Voor meer bronnen naast elkaar, zie marketingdata uit meerdere kanalen samenbrengen.
Een rapport delen met collega’s of klanten
Een geautomatiseerd rapport is pas nuttig als de juiste mensen het zien. In plaats van een PDF die elke maand opnieuw wordt gemaakt, werk je met een dashboard dat altijd de laatste stand toont. Collega’s openen het zelf wanneer ze het nodig hebben, en je hoeft geen versies bij te houden.
Voor bureaus is dit interessant: je koppelt per klant een property en gebruikt voor iedereen dezelfde dashboards. Het aantal koppelingen en accounts hangt af van je pakket, zie de prijzenpagina. Liever in je eigen tool? Dan haal je de tabellen op via de API en bouw je er zelf een rapport van.
Het is goed om vooraf af te spreken welke periode je standaard toont en hoe je conversies telt, zodat iedereen dezelfde definitie gebruikt. Dat voorkomt discussies over wie er gelijk heeft als twee rapporten net andere cijfers laten zien.
Onze tip: bepaal vooraf drie cijfers die je rapport moet bevatten, bijvoorbeeld sessies, conversies en de top vijf landingspagina’s. Een kort rapport dat wordt gelezen is nuttiger dan een lang rapport dat blijft liggen.