Een automatisering is opgebouwd uit drie delen. De trigger is de gebeurtenis die de automatisering start, een voorwaarde (of filter) bepaalt of de automatisering doorgaat, en de actie is het werk dat daarna wordt uitgevoerd. Een automatisering kan meerdere acties bevatten en is alleen zo betrouwbaar als de data waarop de trigger en de voorwaarde draaien.
Bijna elke automatisering, hoe groot ook, is opgebouwd uit dezelfde drie bouwstenen: een trigger, een voorwaarde en een actie. Als je die drie herkent, kun je elk proces dat je wilt automatiseren eerst op papier zetten, nog voordat je een tool kiest.
De trigger: wat start de automatisering
Een trigger is de gebeurtenis die een automatisering laat starten. Microsoft beschrijft het in de documentatie van Power Automate zo: een trigger is een gebeurtenis die een flow start, bijvoorbeeld het ontvangen van een e-mail. Zapier hanteert dezelfde gedachte: de trigger is het event dat de workflow start. Power Automate onderscheidt drie soorten: automatisch na een gebeurtenis, handmatig met een druk op een knop en volgens een schema, zoals elke maandag om negen uur. Een gebeurtenis kan ook van buiten komen, bijvoorbeeld via een webhook dat een systeem aanroept zodra er iets verandert.
De voorwaarde: moet het doorgaan
Niet elke trigger moet tot een actie leiden. Met een voorwaarde bepaal je dat een taak alleen wordt uitgevoerd als iets waar of onwaar is. Power Automate noemt dat een condition, met een tak voor “ja” en een tak voor “nee”. Zapier heeft hiervoor een filter: de workflow gaat alleen verder als de data aan de voorwaarde voldoet. Een voorbeeld uit de praktijk: een factuur wordt betaald na de vervaldatum is de trigger, en alleen als de klant al eerder te laat was, gaat er een bericht naar de debiteurenadministratie.
De actie: wat gebeurt er dan
De actie is het werk dat de automatisering uitvoert. Volgens Zapier is dat wat de workflow doet nadat die is gestart, en er kunnen meerdere acties achter elkaar zitten. Denk aan een bericht in een chatkanaal plaatsen, een taak aanmaken, een regel aan een overzicht toevoegen of een rapport versturen. Bij een schema als trigger kan de actie een wekelijks overzicht zijn dat naar het team gaat, zonder dat iemand het handmatig samenstelt.
Zo ziet het eruit in de bedrijfspraktijk
Een nieuwe deal in je CRM krijgt de status gewonnen (trigger). Alleen als het om een bestaande klant gaat (voorwaarde), wordt er een taak aangemaakt voor de accountmanager (actie). Of: elke maandagochtend (trigger) wordt gecontroleerd of er openstaande posten zijn die over de betaaltermijn heen zijn (voorwaarde), en zo ja gaat er een overzicht naar finance (actie). Het patroon is steeds hetzelfde, alleen de bron en het doel veranderen. Zo’n bron is bijvoorbeeld een boekhoudpakket zoals Moneybird of een CRM zoals HubSpot.
Waarom de data erachter telt
Een voorwaarde kan alleen goed beslissen als de gegevens kloppen en actueel zijn. Is de data verouderd of afkomstig uit losse exports, dan start een automatisering te laat, te vroeg of met de verkeerde uitkomst. APIboard haalt data uit je koppelingen periodiek op, in een frequentie die afhangt van je pakket, en maakt die beschikbaar via een API. Zo heb je één betrouwbare bron om op te bouwen, in plaats van losse kopieën in elk systeem. Meer over de basis daarvan lees je in wat is een API.
Onze tip: schrijf je automatisering eerst uit in één zin: “Als [trigger], en alleen als [voorwaarde], dan [actie].” Lukt dat niet, dan is het proces nog te vaag om te automatiseren. Controleer daarna waar de data voor de trigger en de voorwaarde vandaan komt en of die actueel genoeg is.